Wat bepaalt de scherptediepte?

31/01/2016

Scherptediepte, in het Engels Depth of field, is het deel van de foto dat in focus en dus scherp op de foto staat. 

 

Een fototoestel is voorzien van een aantal lenzen die ten opzicht van elkaar kunnen verschuiven. Dit kan elektronisch gebeuren dmv een motortje, of bij de DSLR kan je zelf aan de focusring van de lens draaien.

Door te focussen of scherp te stellen, ga je je onderwerp dat zich op een bepaalde afstand van de camera bevindt, haarschep in beeld krijgen.

Er is maar 1 bepaalde afstand die exact scherp in focus is. Dat noemen we de focusafstand. Maar er is een gebied voor en een gebied achter deze focusafstand die ook nog zo goed als scherp is. Dat gebied noemt men scherptediepte.

 

Hoeveel scherptediepte men heeft, wordt door 4 factoren bepaald:

  1. De focusafstand tot het onderwerp:
    Een lens heeft steeds een focusbereik, van een bepaalde minimum focusafstand tot oneindig (∞). Oneindig is hierbij een relatief begrip. Afhankelijk van het type lens, is oneindig enkele meters tot enkele 10-tallen meters. Dit heet de hyperfocale afstand. Alles verder dan de hyperfocale afstand wordt optisch als oneindig beschouwd.

    Hoe dichter bij de minimale focusafstand, hoe kleiner de scherptediepte. Dus wanneer je onderwerp dicht bij de lens staat, heb je weinig scherptediepte.

    Hoe dichter bij de hyperfocale focusafstand (of er voorbij), hoe groter de scherptediepte. Dus wanneer je onderwerp ver weg van de lens staat, heb je veel scherptediepte.

     

  2. De brandpuntsafstand van de lens:
    Hoe korter de lens (groothoek) : hoe meer er in focus is voor en achter de focusafstand.
    => onderwerp scherp, maar voor- en achtergrond ook scherp(er).
    We zeggen dus dat een groothoek lens veel scherptediepte heeft.

    Hoe langer de lens (tele) : hoe minder er in focus is voor en achter de focusafstand. 
    => onderwerp scherp, maar voor- en achtergrond onscherp.
    We zeggen dus dat een telelens weinig scherptediepte heeft.

     

  3. De diafragma opening van de lens:
    In een objectief of lens zit een diafragma. Dat is een systeem, hetzij elektronisch, hetzij mechanisch, om de diameter of opening van de lens te verkleinen. Hoever zo een diafragma open of dicht staat, wordt uitgedrukt met het f-getal. Een wijd open diafragme heeft een laag f-getal (bvb f2.8). Een diafragma dat dichtgeknepen is, heeft een hoog f-getal (bvb f22)
    Het diafragma dient in de eerste plaats om te regelen hoeveel licht er door de lens gaat. Een diafragma dat helemaal open staat (laag f-getal) laat veel licht door, een diafragma dat dichtgeknepen is (hoog f-getal) laat minder licht door.

    Maar dat diafragma heeft ook een invloed op de scherptediepte:

    Hoe groter de opening van het diafragma (laag f-getal), hoe kleiner de scherptediepte.
    => diafragma wijd open : onderwerp in focus, voor- en achtergrond onscherp.

    Hoe kleiner de opening van het diafragma (hoog f-getal), hoe groter de scherptediepte.
    => diafragma dichtgeknepen : onderwerp in focus, voor- en achtergrond ook scherp(er).

     

  4. De Grootte van de sensor:
    En de laatste factor die bepaalt hoeveel scherptediepte je krijgt, is de grootte van de sensor. Zonder al te veel in te gaan op de optica, komt het er op neer dat:

    => hoe groter de sensor, hoe kleiner de scherptediepte.
    Een fullframe camera zal een relatief kleine scherptediepte hebben.

    => hoe kleiner de sensor, hoe groter de scherptediepte.
    Een kleine sensor zal een relafieg grote scherptediepte hebben.

Please reload

Recente berichten
Please reload

Archief
Please reload

Zoeken op tags
Please reload

Volg me op
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square